Bosjesmannen

De bosjesman is lid van de bosjesmannenstam of Hottentotten, zij bewonen in hoofdzaak de Kalaharistreken van Centraal- en West- Botswana en zijn ook te vinden in Zuid West Afrika. Ook kan men nog enkele groepen aantreffen in Zuid Oost Angola en Centraal-Zuid-West-Afrika. Oorspronkelijk komen zij uit de streek ten zuiden van Zambezi maar werden in de 17e eeuw door de blanken verdreven naar andere gebieden. Hun aantal wordt vandaag de dag geschat rond de 100.000, samen met de Hottentotten vormen zij een aparte groep binnen Afrika, de zogenaamde Khoisangroep. Op grond van taal en hun geografie wordt deze groep opgedeeld in 3 subgroepen:
De zuidelijke groep: Tot deze groep behoren de Bosjesmannen van Kaapland.
De centrale groep: Deze is verspreid over Centraal – en Noord-Kalahari.
De noordelijke groep: Deze bewonen het Noord oosten van Zuid West- Afrika en het Noord Westen van Botswana, alsook Zuid Angola.
De bosjesmannen zijn klein van gestalte, ongeveer 1.50m, ze hebben een lichtbruine huid met een platte neus en hebben geen oorlellen. Hun handen en voeten zijn klein, wat heel typisch is voor de bosjesmannen is de steatopygie (soort van vetophoping) rond de billen.

Jacht
De bosjesmannen jagen nog steeds zoals de eerste mensen dit deden. Ze gebruiken pijl en boog, valkuilen en strikken om hun wild te kunnen vangen. Antilopen en dergelijke worden beslopen in vermommingen gemaakt van struisvogelveren. Iedere groep heeft zijn eigen jachtgebied en leider. Voor succes bij de jacht worden verschillende dansen uitgevoerd om de Goden gunstig te stemmen.

Taal:
Ze spreken elkaar aan dmv kliktalen, over hun taalkunde is verder weinig bekend. Wel weten we dat de bosjesmannen het zelf heel moeilijk hebben bij het aanleren van hun taal en dat bij de minste verspreking een fout snel gemaakt is.

Huisvesting en gebruiken:
Hun huisvesting is zeer primitief, ze leven onder een soort scherm gemaakt van latten die cirkelvormig worden opgesteld en worden bedekt met gras. Daar de gezinnen meestal bloedverwanten zijn denken sommige aanwijzingen te hebben gevonden dat patrilaterale verwantschappen een beslissende factor kunnen hebben. Hun dokter is de medicijnman die zich vooral baseert op het gebruik van kruiden. Hun doden worden meestal in zittende houding begraven vergezelt door hun persoonlijke bezittingen.