Het verblijvingsbeding

Het verblijvingsbeding (beter bekend als het ‘langst leeft, al heeft’-beding) is een clausule binnen de huwelijksovereenkomst waarbij het geheel van de gemeenschap aan de langstlevende partner in volle eigendom wordt nagelaten. Men kan dit als het ware als een geruststelling voor de overblijvende partner beschouwen, doch kan het behoudens die zekerheid meestal als een fiscale kater voor de langstlevende echtgenoot, alsmede door de kinderen ervaren worden. De langstlevende echtgenoot zal namelijk volgens art. 5 W.Succ. belast worden op het gemeenschappelijk vermogen dat die boven de helft verkrijgt4. Tevens werkt het verblijvingsbeding in een zekere mate de onterving van de kinderen in de hand, daar zij slechts zullen erven wanneer de langstlevende echtgenoot overleden is en dan nog enkel voor het deel dat overblijft3. Hoewel het klassieke verblijvingsbeding deze negatieve, fiscale gevolgen met zich blijft meedragen kan men het toch als een veilige haven voor de overblijvende echtgenoot beschouwen. De kinderen kunnen hem of haar met deze clausule namelijk nooit van de erfenis beroven, daar ze op dat ogenblik geen erfrecht bezitten. De negatieve gevolgen blijven trouwens ook niet tot de kinderen beperkt. Na de ontbindende voorwaarde van overlijden moet men rekening houden dat alle wettelijke regels voor levering, zoals bv. dat bij de verkrijging van een huis een notariële akte moet worden opgemaakt, in acht moeten worden genomen2. Alsook ontstaat er tegenover de verkrijging van de gemeenschappelijke goederen een plicht voor de langstlevende partner om de eventuele schulden te voldoen2. Het spreekt dan ook voor zich dat art. 213 BW welk vooropstelt dat echtgenoten aan elkander  getrouwheid, hulp en bijstand verplicht zijn zelfs na de dood blijft voortbestaan. Geen wonder dat tegenover de romantisering van het huwelijk de laatste jaren het huwelijkscontract aan aanhang heeft gewonnen. Toekomstige echtgenoten worden zich meer en meer bewust dat het huwelijk ook vermogensrechtelijk moet worden geregeld, teneinde ze achteraf bij een overlijden van de echtgenoot niet in een financiële crisissituatie zouden terecht komen5. Het keuzebeding staat lijnrecht tov het klassieke verblijvingsbeding en wordt volgens Casman als volgt beschreven:

“een beding waarbij van de gewone wijze van vereffening en verdeling van de gemeenschap wordt afgeweken, door toekenning aan één van de echtgenoten (doorgaans de langstlevende) van de keuze over de wijze van samenstelling van zijn of haar kavel” 6

Hiermee krijgt de overlevende echtgenoot de kans om een keuze te maken wat die met het verkregen erfdeel zal doen, hetzij geheel of gedeeltelijk aan de kinderen nalaten, hetzij in volle eigendom aanvaarden. Zo kan er na het overlijden een evaluatie worden opgemaakt over hoe het gemeenschappelijk vermogen op dat moment als best verdeeld kan worden. Het laat mijn inziens als het ware de mogelijkheid open voor de weduwe of weduwenaar om de meest fiscaalvriendelijke weg te kiezen, zodat successierechten eventueel op een wettelijke manier gedeeltelijk kunnen worden vermeden. De wet van 18 juli 20081 heeft er trouwens voor gezorgd dat het veranderen van een huwelijksstelsel niet langer als drastisch moet ervaren worden. Art. 1394 BW stipuleert namelijk dat echtgenoten hun huwelijksvermogensstelsel naar goeddunken kunnen aanpassen en biedt zelfs de mogelijkheid om een ander stelsel aan te nemen. Dit wordt enigszins beperkt door hetzelfde Burgerlijk Wetboek waarin  men verder aanvult dat dit enkel kan mits er niets bedongen wordt dat in strijd is met de openbare orde (1387 BW) en dat men niet afwijkt van de wederzijdse rechten en verplichtingen, noch van de regels betreffende het ouderlijk gezag, de voogdij alsook de wettelijke orde van erfopvolging (1388 BW). Mocht men nu als langstlevende echtgenoot tijdens de huwelijksgemeenschap een foute keuze met betrekking tot de gezamenlijke erflating hebben gemaakt, kan men enigszins drastisch, nog steeds opteren om de erfenis te verwerpen (775 BW) waardoor de kinderen van rechtswege over erfrecht zullen beschikken. De erfgenaam die de nalatenschap verwerpt, wordt volgens art. 785 BW namelijk geacht nooit erfgenaam te zijn geweest. Ingevolge kan men deze optie ook aanwenden om van een eventuele schuldenlast die betrekking heeft op het gezamenlijk deel van het vermogen vroegtijdig te worden gevrijwaard, terwijl de kinderen nietsvermoedend een vergiftigd geschenk in ontvangst zullen nemen. Laat me toe dan ook te stellen dat niet enkel de langstlevende echtgenoot als enkeling voor de rest van de familie dient beschermd te worden. Anderzijds kan men ook opteren voor een testament al blijft dit zonder medeweten van de andere huwelijkspartner ook eenzijdig herroepbaar. Voor de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel zijn steeds beide echtgenoten verplicht om hiermee akkoord te gaan. Het is dan ook vaak de goedkoopste oplossing om hun nalatenschap veilig te stellen, in dien verstande dat het vaak maar enkele honderden euro’s kost om dit langs notariële akte te wijzigen. Bijgevolg zijn mensen massaal aan het overschakelen van het klassieke verblijvingsbeding naar het keuzebeding welk toch een zekere meerwaarde waarborgt voor de langstlevende echtgenoot7.

_______________________________________________________________________________________________________________________________

  1. BS 14 augustus 2008.
  2. Schonewille,  (ed.),Notaris en scheiding, Apeldoorn-Antwerpen, Maklu, 2009, p.138-139.
  3. RUYSSEVELDT, “Recente ontwikkelingen in het Vlaamse successierecht”,NFM, 2007, 5.
  4. Verstappen, De fiscale rol van de notaris, agent van de fiscus versus raadsman van zijn cliënten, Larcier, 2007, p.403.
  5. Vanden Daelen, ”De sterfhuisclausule fiscaal ontkleed”, jura.falconis@law.kuleuven.be 2007-2008,www.law.kuleuven.be/jura/, nr.1, p.59-73.
  6. CASMAN, “Keuzebeding/Keuzebeding onder last” in A. VERBEKE, F. BUYSSENS en H. DERYCKE (eds.),Handboek Estate Planning, IV, Vermogensplanning met effect na overlijden: langstlevende, Gent, Larcier, 2006, 85.
  7. Redactie hln, “Belg laat erfenisregeling aanpassen”, De Persgroep Publishing, 2013,http://m.hln.be/hln/m/nl/957/Binnenland/article/detail/1744137/2013/11/21/Belg-laat-erfenisregeling-aanpassen.dhtml.