Honkbal

Honkbal is een slagbalspel tussen twee groepen van telkens negen personen die om beurten “aan slag” en “in het veld gaan”. Sedert ongeveer honderd jaar is dit een nationale sport in Amerika, het zou volgens experten een voortvloeisel van cricket zijn. In 1912 werd de Koninklijke Nederlandse honkbalbond opgericht, in België deed men dit pas in 1937 met de naam Baseball Federatie.

Veld:
Het honkbalveld is ingedeeld in een binnen -en buitenzone. Het middelpunt van het spel wordt door het vierkant binnenveld gevormd waarvan elke zijde 27.5m lang is. Op elke hoek van het veld staat een honk wat wordt aangeduid door een kussen dat aan de grond genageld is. De vierde honk staat in de hoek waarop het vierkant rust en wordt ook thuisplaat genoemd. In het midden van het veld bevindt zich de werpplaat.

Het sportmateriaal:
De bal is rond van vorm en weegt ongeveer 149 gram en heeft een diameter van 235mm. Het is gemaakt van verhard rubber en garen en is in een lederen omhulsel genaaid. De bat (slaghout) heeft geen maximumgewicht maar mag op zijn dikste plaats niet meer dan 7cm in doorsnee zijn. Vroeger werden alleen houten knuppels gebruikt maar tegenwoordig zijn deze uit aluminium vervaardigd ook toegestaan. De bat mag wel niet langer dan 107cm zijn. De spelers dragen handschoenen uit leder die met kunststof worden gevuld. Vroeger werd hier wol voor gebruikt. De catcher(achtervanger) draagt een grotere handschoen dan de rest omdat deze de ballen van de pitcher moet opvangen.

Een honkbalteam bestaat uit:
1.De Pitcher-de werper
2.De Catcher-achtervanger
3.First baseman-eerste honkman
4.Second baseman-tweede honkman
5.Third baseman-derde honkman
6.Shortstop-de korte stop
7.Left fielder-linksvelder
8.Center fielder-midvelder
9.Right fielder-rechtsvelder

Het spel:
Het spel bestaat uit 9 innings welke ten einde lopen als de tegenpartij drie nullen heeft gemaakt. De ploegen wisselen om beurten als slagpartij en veldpartij. De spelers van de veldpartij nemen hun posities in waarna een speler van de tegenpartij zich op de thuisplaat zal zetten. De pitcher zal de bal op een zo moeilijk mogelijke manier naar de batter werpen. Hij moet wel binnen de slagzone richten. Als hij viermaal te wijd werpt mag de batter ongehinderd naar de eerste honk doorgaan. Als de batter drie maal een correct geworpen bal mist is hij uit en moet een ander lid van zijn team de plaats innemen. Indien hij de bal kan raken moet hij zijn best doen om de eerste honk te kunnen bereiken voor de tegenstander de bal in zijn bezit heeft die het eerste honk dekt. Indien hij dit niet kan vervolmaken is hij ook uit. Hij kan voor zijn ploeg een punt scoren indien hij langs de eerste, tweede en derde honk op de thuisplaat kan terugkomen. Indien hij dit alles in één beweging kan doen scoort hij een home run. Indien hij zover niet kan komen wacht hij bij een honk om verder te kunnen lopen. Telkens iemand van zijn team een succesvolle slag maakt mag hij vertrekken. Het spreekt voor zich dat men pas naar een honk mag lopen indien de slag van zijn teammaat geldig is. Wanneer men de eerste honk gepasseerd is kan men slechts worden uitgeschakeld als de tegenstander hem met een bal tikt voordat hij met een lichaamsdeel het honk heeft aangeraakt. Een honk kan gestolen worden door naar het volgende honk te lopen wanneer de werper aan het gooien is.