Jozef Stalin

Jozef Stalin was een kwart eeuw dictator en staatsman van de communistische Sovjet-Unie. Hij is geboren in 1879 te Georgië als zoon van een schoenmakersknecht en is overleden in 1953 te Moskou. Het regime van Stalin heeft miljoenen mensenlevens gekost. Hij was een alleenheerser en dictator binnen zijn regime. De industrialisatie van de Sovjet-Unie raakte in een stroomversnelling onder zijn bewind. Ze evolueerden van een boerenmaatschappij tot een heuse wereldmacht. In bepaalde delen van Rusland wordt hij hiervoor nog steeds vereerd.

Vroege jaren:

Stalin werd geboren als zoon van een schoenmakersknecht. Het gezin van Stalin leefde in armoede en de rest van de kinderen is dan ook overleden. De vader van Stalin was niet vaak thuis en als hij thuis was mishandelde hij Jozef en zijn moeder. De rust kwam toen zijn vader het ouderlijk huis verlaten had. Dankzij een beurs in 1894 kon hij aan het seminarie in Tbilisi gaan studeren en in 1898 werd hij lid van de socialistische partij. In 1899 moest hij het seminarie verlaten. Vervolgens heeft hij nog gewerkt bij de sterrenwacht in Tbilisi.

De opkomst van Stalin:

Omdat Stalin lid was van het verboden sociaal-democratisch-comité in Tbilisi arresteerde men hem in 1902 en werd verbannen naar het gouvernement Irkoetsk. Maar Stalin ontsnapte en keerde in 1904 terug naar Tbilisi waar hij zich bij de bolsjevistische fractie van de Russische Sociaal Democratische Arbeiderspartij (RSDAP) zou aansluiten. Hij ontmoette Lenin tijdens een congres in Finland en vertegenwoordigde zijn partij op het 4e en 5e congres. Hij eistte de opheffing van het grootgrondbezit. In 1908 benoemde Lenin hem tot voorzitter van het Politburo dat de leiding van de revolutie in Rusland op zich zou nemen. In 1912 ging hij naar Wenen waar hij “het marxisme en de nationale minderheden” schreef. Bij zijn terugkomst in 1913 werd hij verbannen naar Noord Siberië. Maar de revolutie brak uit en Stalin keerde terug naar Petrograd. Hij werd onder toedoen van Lenin volkscommissaris en door zijn inspanningen werd het bestaan van verschillende nationaliteiten erkend. In 1919 wordt hij benoemd tot secretaris-generaal, een functie die hij weet uit de bouwen tot een cruciale rol in de communistische partij. Op het 11e partijcongres wordt hij gepromoveerd tot algemeen secretaris van de partij, want de tegenstand van Trotski kon dit niet belemmeren. Hij controleerde zo de hele partij zodat het na Lenin zijn dood niet veel moeite was om de machtigste man van de Sovjetunie te worden. Sinds 1922 vormden Stalin, Kamenev en Zinovjev een hechte band om te voorkomen dat Trotski aan de macht zou komen. In 1925 werd Trotski dan ook van zijn functies ontheven wat een breuk vormde in de hechte band tussen Stalin, Kamenev en Zinovjev. De gedachtengang van Stalin begon zich te keren en hij stelde zich op als vijand van de zelfstandige boer.

Het regime:

Vanaf 1929 was Stalin de onbetwiste alleenheerser van de USSR. Hij maakte gebruik van de goedheid van de werkende klasse en antigodsdienstige propaganda werd verzacht. Zijn dictatorschap kondigde een nieuwe grondwet aan waarin de geestelijken hun burgerrechten terugkregen en de tradities in Rusland werden in ere hersteld. Stalin liet honderden van zijn tegenstanders liquideren en versterkte zijn macht nog meer door in 1937 een riante verkiezingsoverwinning binnen te halen.

De oorlog:

Stalin wenste in geen oorlog betrokken te worden en sloot met Duitsland in 1939 een niet-aanvalsverdrag. Het pact was een non-agressieverdrag, waarin de twee landen afspraken elkaar niet aan te vallen, en dat ook niet te doen als een van beide door een derde land zou worden aangevallen. Voor de Duitse leider Hitler was dat laatste van groot belang. Ondanks dit verdrag viel Duitsland de USSR op 22 juni 1941 binnen. Stalin kreeg weldra alle macht in handen en was nog maar net voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen geworden. Hij liet in 1943 zichzelf benoemen tot maarschalk van de Sovjetunie en probeerde het Verenigd Koninkrijk en de VS tot zich te winnen en zette de landen onder zware druk om een tweede front te kunnen openen. Door de overwinning werd de bewindvoering van zijn internationale politiek op prijs gesteld en bleef zich dan ook sterk inzetten voor de machtsuitbreiding van de USSR. Vanaf de kominform (opvolger van de communistische internationale) werd opgericht gold tussen het Oosten en Westen een koude oorlog. Stalin drong in de meest uiteenlopende zaken zijn mening op en werd hierdoor meer gehaat. Men vreesde dan ook voor een aanslag op zijn leven.

Overlijden:

Op 5 maart 1953 sterft Jozef Stalin onverwachts, de officiële verklaring was een hersenbloeding maar de omstandigheden van zijn dood blijven een groot vraagteken. Sommige denken dat Lavrenti Beria Stalin zou hebben vergiftigd maar dit is nooit bewezen. Ondanks geschreeuw blijft het wel opmerkelijk dat er 24u lang voor zijn overlijden geen arts tot bij Stalin mocht komen. Mensen gingen na zijn dood huilend en triest de straat op. Er werd 3 dagen afscheid van hem genomen en is bijgezet naast het lichaam van Lenin in het mausoleum.