Kwak, Nachtreiger (Nycticorax nycticorax)

De kwak kan men buiten Oceanië over de gehele planeet terugvinden. De groepen die in Europa vertoeven zijn trekvogels en brengen de winter in Afrika door. Hun broedplaats vormen ze gewoonlijk in moerassen, visvijvers of kleine rivieren die in de directe omgeving een enorme rijkheid aan vegetatie bezitten waar ze hun nest in bomen of struiken kunnen bouwen. Hun kolonies vervoegen tijdens het broedseizoen meestal andere reiger- en zelfs ravenkolonies. Tussen eind maart en eind april zal het mannetje zijn nest bouwen om vervolgens met zijn geroep en gedragingen proberen om de vrouwtjes te charmeren. Bij de koppeling van het paar zal het vrouwtje verder mee het nest afwerken. Ze zal drie tot vier blauwgroene eieren leggen die gedurende 20 tot 23 dagen beurtelings zullen worden bebroed. Het is opmerkelijk dat de jongen de eerste dagen na het uitkomen nog steeds worden bebroed. In het begin krijgen ze verteerd voedsel om daarna over te gaan op insekten, vissen en amfibieën. De onafhankelijkheid van de jongen begint ongeveer 50 dagen na het uitkomen van de eieren. Men noemt hem gauw nachtreiger al is die naam niet helemaal toepasselijk, daar deze vooral in de vroege ochtend en tegen valavond actief is. In hun zomerkleed hebben ze een zwarte bovenkop en rug die aangevuld wordt met een lichtwitte onderzijde, grijze vleugels en staart. Ze hebben het gestalte van een kraai en hun jongen zijn bruin met gele vlekken.

Bronvermelding:
De grote encyclopedie der vogels(oorspronkelijke titel: Birds), uitgeverij Rebo Productions, Lisse(ISBN: 903660278.5) auteur: Karel Stastny.