Profeet

Een profeet is een persoon die voor God of een Godheid spreekt. Vaak worden deze figuren foutief als toekomstvoorspellers voorgesteld. Het is iemand die door de Geest van God gezind is. De realiteit wordt vanuit het standpunt van God bekeken. Hij of zij is een tolk, een woordvoerder en vooral geen waarzegger. Ze worden door God geroepen en hebben meestal een roepingsverhaal welke in de Bijbel terug te vinden is.

God spreekt door zijn profeten die “man Gods” zijn. Volgens het boek Numeri staat een profeet in de lijn van Mozes die als een vriend met God sprak. Profeten roepen op tot trouw aan het verbond met God. Zij zullen in de schoot van Israël opstaan.

“De Heer heeft mij toen gezegd: ‘Zij hebben gelijk. Ik zal uit hun eigen broeders een profeet laten opstaan zoals u. Ik zal hem mijn woorden in de mond leggen en hij zal hun alles zeggen wat ik hem opdraag.’ ” (Dt. 18,17)

Het woord profeet komt van het samengestelde Griekse woord “profetes”. “Pro” betekent voor en “fetes” komt van “feini” wat spreken betekent. Profeten spreken voor het volk. Ze gaan tegenover het volk staan en hebben iets te zeggen. Er wordt verwacht dat er geluisterd wordt. Maar ze spreken “in de naam van”. Profeten hebben niets uit zichzelf te zeggen en spreken in de naam van God.

Het Hebreeuwse woord voor profeet is “navi”. Daarmee het meervoud nevi’im – de profeten. Navi heeft waarschijnlijk te maken met een bepaalde stam die roepen betekent.  Een stem die roept in de woestijn. Maar het zou ook de geroepene kunnen zijn. Niet duidelijk of dit een passief of een actief is. Net zoals Amos die geroepen is om zijn werk als boer achterwege te laten en profeet te zijn.

Wanneer de Bijbel van het Hebreeuws naar het Grieks vertaald is heeft men ervoor gekozen om dit woord te bepalen met “profetes” – profeet en niet met het klassieke Griekse woord “mantisch” wat “voorspeller” of “ziener” wil zeggen.

Men spreekt over grote en kleine profeten, al heeft dit niets met hun gezag te maken. Het slaat eerder op het volume van het profetisch boek.

Grote profeten:

  • Jesaja
  • Jeremia
  • Klaagliederen
  • Baruch
  • Ezechiël
  • Daniël

Kleine profeten:

  • Hosea
  • Joël
  • Amos
  • Obadja
  • Jona
  • Micha
  • Nahum
  • Habakuk
  • Stefanja
  • Haggai
  • Zacharia
  • Maleachi