Pyrgus malvae – het aardbeidikkopje

Het aardbeidikkopje vinden we van Europa en Azië tot Mongolië terug. Men zal hem vooral langs bosranden tegenkomen, waar men hem door zijn snelle vlucht die regelmatig onderbroken wordt makkelijk kan herkennen. Zijn naam dankt hij aan het feit dat hij regelmatig nectar uit de wilde bloemen van de aardbei, ganzerik en zennegroen zal drinken. Diens rupsen gaan zich met het bladgroen van dezelfde planten voeden en zullen zo een cocon maken waarin ze kunnen overwinteren. Het is niet verwonderlijk dat een pop een tweede jaar overwintert. Jaarlijks zal men slechts één generatie tegenkomen.